home
Op 7 juli 2017 heeft de Hoge Raad beslist op prejudiciele vragen die waren gesteld door het Hof Den Haag. De vraag was wat er moest gebeuren met het het Kind Gebonden Budget bij het bepalen van de behoefte van de Alimentatie Gerechtigde. Moet het Kind Gebonden Budget worden beschouwd als inkomen dat voorziet in een deel van de behoefte? Of moet het Kind Gebonden Budget worden gezien als een aanvullende inkomensafhankelijke en ondersteunende maatregel die voor het bepalen van de behoefte van de Alimentatie Gerechtigde buiten beschouwing moet worden gelaten? De Hoge Raad heeft beslist dat het Kind Gebonden Budget buiten beschouwen moet blijven bij het bepalen van Partneralimentatie. Met de uitspraak is aangesloten bij een eerdere uitspraak van de Hoge Raad waarin werd beslist dat huurtoeslag en zorgtoeslag geen inkomensbestanddelen zijn. De uitspraak betekent dat voor de berekening van de Kinderalimentatie het Kind Gebonden Budget wel wordt meegenomen in het inkomen en dat dat voor de berekening van de Partneralimentatie buiten beschouwing blijft. Voor de Alimentatie Gerechtigde wordt het Kind Gebonden Budget dus niet meegenomen bij het bepalen van de JUS en de behoefte. Wanneer de Alimentatie Plichtige tevens de verzorgende ouder is, dan blijft het Kind Gebonden Budget buiten het inkomen voor het bepalen van de draagkracht voor de Partneralimentatie.
Behoorlijk ingewikkeld allemaal!

Bron: Hoge Raad, 7 juli 2017, ECLI:HR:2017:1273
Dat de werknemer niet voldoet aan eenzijdig verzwaarde functie-eisen rechtvaardigt niet de conclusie dat sprake is van disfunctioneren. De eisen voldoen niet aan concrete en objectieve maatstaven. Afwijzing ontbinding op de d-grond en de h-grond.

Bron: Kantonrechter Zutphen 15-06-2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:7161
Het niet halen van "targets" rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat de werknemer disfunctioneert. Er volgt wel een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer met toekenning van een billijke vergoeding.

Bron: Kantonrechter Den Haag 11-04-2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:17092 (Masters in Finance B.V./werknemer)
Eindelijk heeft de Hoge Raad dan ook een uitspraak gedaan over de billijke vergoeding. De Hoge Raad geeft aan dat de omvang van de billijke vergoeding aan de hand van alle omstandigheden van het geval, inclusief de gevolgen van het ontslag, dient te worden vastgesteld. Verder geeft de Hoge Raad aan dat de billijke vergoeding niet specifiek een punitief karakter heeft.

Bron: Hoge Raad 30-06-2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (werkneemster/Hairstyling 2000 B.V.)
De kantonrechter te Roermond overwoog dat in deze zaak er geen sprake was van een centrale leiding over de organisatorisch met elkaar verbonden vennootschappen. In het kader van de herplaatsingsplicht hoeven dan ook niet de andere vennootschappen binnen het concern te worden betrokken.

Bron: Kantonrechter Roermond 14-06-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:5521
contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846