home
Artikel 7:678 lid 2 onderdeel B BW bepaalt dat dringende reden onder andere aanwezig geacht kunnen worden wanneer de werknemer in ernstige mate de bekwaamheid of geschiktheid blijkt te missen tot de arbeid waarvoor hij zich heeft verbonden. De werknemer beschikte op het moment dat hij zich aanbood voor werk en op het moment dat daartoe door werkgever werd opgeroepen niet over de bekwaamheid om beroepschauffeurs werkzaamheden te verrichten. De beroepschauffeur meldt dit niet bij de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat hij terecht op staande voet door de werkgever werd ontslagen.

Bron: Kantonrechter Tilburg 08-03-2017 (werknemer/ werkgever)
De kantonrechter geeft invulling aan de Hairstyle-beschikking van de Hoge Raad. Volgens de kantonrechter mag deze beschikking ook worden gebruikt bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst waarbij de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. In casu had de werkgever aan leerlingen, ouders en medewerkers een oordeel gevraagd over de werknemer, waarmee het voor de werknemer onmogelijk nog zijn taken kon uitoefenen. De kantonrechter schat in wat de duur van het dienstverband zou zijn geweest zonder het handelen van de werkgever en brengt daar een een van de transitievergoeding op in mindering nu deze deels voorziet in de gevolgen van het ontslag. Verder kent de kantonrechter waarde (en vergoeding) toe aan het verwijtbaar gedrag van de werkgever, zonder dat sprake is van een strafsanctie.

Bron: Kantonrechter Roermond 17-07-2017, ECLI:RBLIM:2017:6879 (Stichting Praktijkonderwijs Roermond/ werknemer)
Anderhalf jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst vraagt de werknemer (internationaal chauffeur) zijn ex-werkgever om bescheiden die betrekking hebben op onder andere zijn gewerkte uren en betaald loon. Beroep op artikel 843a Rv toegewezen. De werkgever heeft de fiscale bewaarplicht van de loonadministratie. De werkgever moet alsnog de stukken overleggen aan de werknemer.

Bron: Kantonrechter Roermond 12-07-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:6632
De kantonrechter oordeelt dat de vervaltermijn van drie maanden er niet toe leidt dat de werknemer geen toegang tot de rechter heeft in de zin van artikel 6 EVRM. De werknemer heeft drie maanden om zich tot de kantonrechter te wenden.  Van omstandigheden waaruit zou blijken dat hij daartoe niet in staat is geweest, is niet gebleken. De stelling dat de werkgever de werknemer aan het lijntje heeft gehouden, maakt het voorgaande niet anders.

Bron: Kantonrechter Amsterdam 04-07-2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4989
Het Hof van Justitie EU oordeelt op de prejudiciele vragen in de Smallsteps-zaak. Het Hof geeft aan dat Richtlijn 2001/23, en met name artikel 5 lid 1 ervan, aldus moet worden uitgelegd dat de door de artikelen 3 en 4 van die richtlijn gegarandeerde bescherming van werknemers behouden blijft in een situatie zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarin de overgang van onderneming plaatsvindt na faillietverklaring in de context van een voor de faillietverklaring voorbereide en onmiddellijk daarna uitgevoerde pre-pack, in het kader waarvan een door een rechtbank aangestelde "beoogd curator" met name de mogelijkheden onderzoekt van een eventuele voortzetting van de activiteiten van die onderneming door een derde en zicg voorbereidt op handelingen die onmiddellijk na de faillietverklaring moeten worden verricht teneinde die voortzetting te verwezenlijken. Het doel van de faillietverklaring speelt een grote rol: is de procedure gericht op liquiditeit of op continuiteit? In het laatste geval gelden de beschermende bepalingen uit de richtlijn onverkort.
Goed nieuws dus voor werknemers die hiermee te maken hebben. Fijn dat het Hof zich zo duidelijk heeft uitgelaten over deze kwestie. Het is nog even afwachten hoe zich dit gaat vetalen naar het nationale recht.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie 22-06-2017, ECLI:EU:C:2017:489 (FNV c.s./Smallsteps)
contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846