home
Het Hof toetst de ontbinding door de kantonrechter ex tunc. Dat werknemers voormalig leidinggevende, met wie hij een arbeidsconflict had dat leidde tot ontbinding op de g-grond, inmiddels ergens anders werkt, is voor het oordeel in hoger beroep irrelevant. In beginsel is er sprake van een ernstige verstoring als mediation geen oplossing biedt.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3020
In deze zaak kwam aan de orde of een "thuiswachtdienst" gelijk kan worden gesteld aan "arbeidstijd". Het Hof oordeelt als volgt. De verplichting om fysiek aanwezig te blijven op de door de werkgever aangewezen plek en de verplichting die uit geografisch en temporeel oogpunt voortvloeit uit de eis om binnen acht minuten op de werkplek te arriveren, kunnen de mogelijkheid om zich in de situatie van Matzak (werknemer) met andere persoonlijke en sociale interesses dan bezig te houden, objectief beperken. Ook in een situatie waarin een werknemer de wachtdienst thuis moet verrichten en zich daar ter beschikking van de werkgever moet houden en in staat moet zijn binnen 8 minuten op zijn werkplek te zijn, is er sprake van arbeidstijd volgens artikel 2 Richtlijn 2003/88/EG.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie 21-2-2018, ECLI:EU:C:2018:82
De werkgever was een vof. De vennoten waren vanaf 1 mei 2012 vennoot van de vof. De vof werd ontbonden op 1 oktober 2014. De werknemer was bij schriftelijke oproepovereenkomst per 20 augustus 2012 bij de vof in dienst getreden. Voorts is er een schriftelijke arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2013 waarin sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor een salaris van EUR 2464 bruto per maand. De werknemer wordt ziek met rugklachten en valt uit per 22 september 2014. De vof heeft geen loon- of ziekengeld meer betaald aan de werknemer vanaf oktober 2014. De werknemer start een loonvorderingsprocedure tegen de vennoten en vraagt om hen hoofdelijk te veroordelen het achterstallig loon en vakantiegeld te betalen. De vennoten voeren aan dat de arbeidsovereenkomst alleen fictief is gesloten, om er zo voor te zorgen dat de vrouw van de werknemer naar Nederland kon komen. De kantonrechter wijst het verweer van de vennoten af en wijst de vordering van de werknemer toe. De kantonrechter heeft overwogen dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap. Soortgelijk oordeelt het Hof Amsterdam in deze zaak. Ook in hoger beroep wordt het verweer van de vennoten verworpen.

Bron: Hof Amsterdam 9 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:42
Loon tijdens vakantie niet alleen over basisloon, maar ook over onregelmatigheidstoeslag (ORT). Afwijking van artikel 7:639 BW bij CAO is niet rechtsgeldig.

Bron: Rechtbank Noord-Holland 22 november 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:9615
Het HvJ EU wees een belangrijke uitspraak voor de (internationale) transportsector inzake arbeid- en rusttijden. Volgens het Hof volgt uit Vo. 561/2006 dat bestuurders van een voertuig hun normale wekelijkse rusttijden als bedoeld in artikel 8 lid 6 niet in het voertuig mogen doorbrengen. Het feit dat de Vo. niet in een specifieke sanctie voorziet, neemt niet weg dat nationale handhaving en strafbaarstelling is toegestaan.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie d.d. 20 december 2017, ECLI:EU:2017:1012
contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846