home
Hierbij berichten we u dat kantoor gesloten is op Koningsdag (vrijdag 27 april 2018) en op maandag 30 april 2018. Mails worden in deze periode beperkt gelezen. Vanaf dinsdag 1 mei 2018 staan wij weer voor u klaar.
Het hof oordeelt dat de werkgever terecht mocht over gaan tot het toepassen van een loonsanctie (art. 7:628 BW) wegens het niet gehoor geven aan de meermaals gedane oproep van de werkgever om het conflict op te lossen. De ziekmelding van de werknemer is niet wegens medische gronden, maar gelegen in een arbeidsconflict. Doordat de werknemer bleef weigeren gehoor te geven aan een oproep dit conflict op te lossen, mag de werkgever terecht overgaan tot het staken van loon.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 10-04-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3368
De rechter oordeelt in deze zaak dat studiekosten slechts op de werknemer kunnen worden verhaald, indien aan de voorwaarden van het Muller/Opzeeland-arrest is voldaan, namelijk:
a) het studiekostenbeding dient de tijdsspanne vast te stellen gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens diens studiewerkzaamheden verworven kennis en vaardigheden;
b) het studiekostenbeding dient te bepalen dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever zal moeten terugbetalen; en
c) de terugbetalingsverplichting dient te verminderen naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder a bedoelde tijdsspanne;

Een niet glijdende schaal van terugbetalingsverplichtingen maakt het beding niet rechtsgeldig.
In deze zaak was opgenomen in het studiereglement dat de werknemer of alles, of 33,3 % of niets (na 3 jaren) zou hoeven te betalen. De rechter oordeelde dat dit geen glijdende schaal naar evenredigheid was. Er was geen sprake van een rechtsgeldig overeengekomen studiebeding. Bovendien had de werkgever in deze zaak ook onvoldoende onderbouwing gegeven van de door haar gemaakte studiekosten.

Bron: Rechtbank Limburg 14-03-2018
Om te kunnen beoordelen of een bedrijf onder de werkingssfeer van een cao valt, moet worden gekeken naar het feitelijke werk dat door werknemers gedaan wordt. Bedrijf verwerkt hout in een metalen schip en valt dus niet onder de werkingssfeer van de Metalelektro cao.

Bron: Rechtbank Rotterdam 01-03-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1767

Het pand waarin werkgeefster de onderneming exploiteert, brandt af. De werkgeefster verzoekt om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster op de h-grond. De rechter verklaart dat verzoek niet ontvankelijk, nu er sprake is van een a-grond.

Bron: Rechtbank Noord-Holland 23-03-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:2654

contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846