home
De rechter oordeelt in deze zaak dat studiekosten slechts op de werknemer kunnen worden verhaald, indien aan de voorwaarden van het Muller/Opzeeland-arrest is voldaan, namelijk:
a) het studiekostenbeding dient de tijdsspanne vast te stellen gedurende welke de werkgever geacht wordt baat te hebben van de door de werknemer tijdens diens studiewerkzaamheden verworven kennis en vaardigheden;
b) het studiekostenbeding dient te bepalen dat de werknemer, indien de dienstbetrekking tijdens of onmiddellijk na afloop van de studieperiode eindigt, het loon over die periode aan de werkgever zal moeten terugbetalen; en
c) de terugbetalingsverplichting dient te verminderen naar evenredigheid van het voortduren van de dienstbetrekking gedurende de onder a bedoelde tijdsspanne;

Een niet glijdende schaal van terugbetalingsverplichtingen maakt het beding niet rechtsgeldig.
In deze zaak was opgenomen in het studiereglement dat de werknemer of alles, of 33,3 % of niets (na 3 jaren) zou hoeven te betalen. De rechter oordeelde dat dit geen glijdende schaal naar evenredigheid was. Er was geen sprake van een rechtsgeldig overeengekomen studiebeding. Bovendien had de werkgever in deze zaak ook onvoldoende onderbouwing gegeven van de door haar gemaakte studiekosten.

Bron: Rechtbank Limburg 14-03-2018
Om te kunnen beoordelen of een bedrijf onder de werkingssfeer van een cao valt, moet worden gekeken naar het feitelijke werk dat door werknemers gedaan wordt. Bedrijf verwerkt hout in een metalen schip en valt dus niet onder de werkingssfeer van de Metalelektro cao.

Bron: Rechtbank Rotterdam 01-03-2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1767

Het pand waarin werkgeefster de onderneming exploiteert, brandt af. De werkgeefster verzoekt om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werkneemster op de h-grond. De rechter verklaart dat verzoek niet ontvankelijk, nu er sprake is van een a-grond.

Bron: Rechtbank Noord-Holland 23-03-2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:2654

Het Hof toetst de ontbinding door de kantonrechter ex tunc. Dat werknemers voormalig leidinggevende, met wie hij een arbeidsconflict had dat leidde tot ontbinding op de g-grond, inmiddels ergens anders werkt, is voor het oordeel in hoger beroep irrelevant. In beginsel is er sprake van een ernstige verstoring als mediation geen oplossing biedt.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29-03-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3020
In deze zaak kwam aan de orde of een "thuiswachtdienst" gelijk kan worden gesteld aan "arbeidstijd". Het Hof oordeelt als volgt. De verplichting om fysiek aanwezig te blijven op de door de werkgever aangewezen plek en de verplichting die uit geografisch en temporeel oogpunt voortvloeit uit de eis om binnen acht minuten op de werkplek te arriveren, kunnen de mogelijkheid om zich in de situatie van Matzak (werknemer) met andere persoonlijke en sociale interesses dan bezig te houden, objectief beperken. Ook in een situatie waarin een werknemer de wachtdienst thuis moet verrichten en zich daar ter beschikking van de werkgever moet houden en in staat moet zijn binnen 8 minuten op zijn werkplek te zijn, is er sprake van arbeidstijd volgens artikel 2 Richtlijn 2003/88/EG.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie 21-2-2018, ECLI:EU:C:2018:82
contact1-2
Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • T 0475 562 903 • F 0475 475 846 • E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.