home

Het kantoor is gesloten op donderdag 2 en vrijdag 3 juni 2011. Bij zeer dringende kwesties kunt u mij mobiel bereiken op 06- 22 67 43 25.

De kantonrechter in Leeuwarden oordeelde op 8 april 2011 over de reikwijdte van de wederindiensttredingsvoorwaarde die het UWV WERKbedrijf heeft verbonden aan het geven van toestemming voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer stelde dat deze voorwaarde door de werkgever was overtreden omdat er structureel uitzendkrachten zijn ingehuurd in een (andere) bedrijfsvestiging van de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat uitgangspunt is dat voor de vraag of de voorwaarde is ingetreden, gekeken dient te worden naar de bedrijfsvestiging waarop in het kader van de verleende ontslagvergunning het afspiegelingsbeginsel is toegepast. De voorwaarde strekt ertoe dat de ontslagen werknemer de mogelijkheid moet krijgen om zijn vroegere werkzaamheden te hervatten indien de eerder vervallen arbeidsplaats binnen een termijn van 26 weken weer beschikbaar komt. Het daarbij betrekken van alle bedrijfsvestigingen van de werkgever komt volgens de kantonrechter in strijd met de strekking van de wederindiensttredingsvoorwaarde.

Bron: Kantonrechter Leeuwarden 8 april 2011, 349069/ CV EXPL 11-2141
In een zaak waarin de arbeidsovereenkomst van een docent bij LVO wordt ontbonden met een vergoeding van iets meer dan euro 30.000, heeft de werknemer nadien de kantonrechter te Sittard-Geleen verzocht om de ex-werkgever te verplichten hem te re-integreren en een aantal cursussen te laten volgen. De kantonrechter oordeelt dat overheidswerkgevers sinds 1 juli 2005 als gevolg van een wijziging van artikel 72a WW wettelijk verantwoordelijk zijn voor de re-integratie van werkloze ex-werknemers. De overheidswerkgever heeft de wettelijke taak om de re-integratie te verzorgen van de ex-werknemer. Ten onrechte heeft LVO dan ook na het einde van de arbeidsovereenkomst geen voorstellen meer gedaan en niet houdbaar is haar standpunt dat zij niets meer met de ex-werknemer te maken willen hebben. De ex-werkgever heeft nog steeds de verplichting tot re-integreren van de ex-werknemer en het volgen van de cursussen is noodzakelijk om te kunnen re-integreren.

Bron: Kantonrechter Sittard-Geleen 25 maart 2011 ,404661 EJ VERZ 10-1445

De rechtbank Maastricht heeft vandaag het verzoek van Houben tot niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie toegewezen. De reden hiervoor is de onrechtmatige aanhouding van de verdachte. Zo was de Kmar niet bevoegd op grond van art. 50 Vreemdelingenwet tot staandehouding over te gaan. Ook was er in deze zaak onvoldoende redelijk vermoeden van schuld om tot een staande houding en aanhouding over te gaan. Van groot belang is deze kwestie is de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU waarbij in de zaak Melki en Abdeli is uitgemaakt dat de uitoefening van Mobiel Toezicht Vreemdelingen-controles in een wettelijk voorschrift moeten zijn vastgelegd.  De wijze van uitvoering van art. 50 Vreemdelingenwet is neergelegd in beleidsregels en dat is volgens het Hof niet in overeenstemming met het gewenste niveau van regulering. Immers, de regulering moet plaatsvinden bij wettelijk voorschrift. Reden van de onrechtmatigheid van staandehouding en aanhouding van de verdachte.

In de praktijk komt het steeds vaker voor dat werkgevers door werknemers aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen. Werkgevers voeren dan regelmatig aan dat zij de zorgplicht niet hebben geschonden. In dat soort gevallen is het belangrijk dat de werkgever kan aantonen dat hij naast het geven van instructies en waarschuwingen voor een gevaarlijke situatie, ook andere voorzorgsmaatregelen treft. Zo oordeelde het Gerechtshof Leeuwarden onlangs in een kwestie waar de werknemer een zwaar luik op zijn hoofd en schouders heeft gekregen, dat de werkgever daarvoor aansprakelijk is omdat de werkgever het gevaar met een eenvoudige ingreep had kunnen wegnemen.

Bron: Gerechtshof Leeuwarden 29 maart 2011, 200.053.153/01

contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846