home

Ook al staat in het arbeidscontract dat overuren verdisconteerd zijn in het salaris, dan toch kan een overwerkvergoeding aan de orde komen. In een beslissing van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd aangenomen dat overwerk van maximaal twee uren per dag valt onder het salaris, maar dat het meerdere voor vergoeding in aanmerking zou kunnen komen.

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2012, LJN BW8292 

Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft zich op 5 juni 2012 (LJN BW8517) principieel uitgelaten over de vraag of de aansprakelijkheidsvraag bij bedrijfsongevallen in een deelgeschilprocedure behandelt kan worden.

De werknemer had via de deelgeschilregeling een verzoek gedaan aan de kantonrechter de aansprakelijkheid van zijn werkgever voor de ontstane RSI klachten aan de nemen. De kantonrechter heeft de werkgever aansprakelijk geacht wegens het schending van haar zorgplicht. De werkgever voerde aan in hoger beroep dat de deelgeschil procedure hiervoor niet gebruikt zou kunnen worden. Het Gerechtshof oordeelde dat het standpunt van de werkgever onjuist was en dat de deelgeschilprocedure zich wel degelijk hiervoor leent.
 
De deelgeschilregeling heeft aanzienlijke voordelen. Het is een snelle procedure met veelal een gunstige proceskostenveroordeling voor degene die het letsel heeft opgelopen. Ook in het arbeidsrecht verwacht ik dat de deelgeschilprocedure steeds meer een rol zal gaan spelen.


   

Het ontslag van een 50-jarige werknemer zonder vergoeding met 25 dienstjaren is niet kennelijk onredelijk, zo oordeelde het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 29 mei 2012. De werkgever had voldoende inspanningen verricht tot het vinden van ander werk. Verder gaf het Gerechtshof aan dat gezien de bedrijfseconomische noodzaak voor ontslag van de werknemer er geen sprake was van het in strijd handelen met het goed werkgeverschap. Verder was nog van belang dat de financiele situatie van de werkgever op het moment van het ontslag moeilijk was en geen aanleiding gaf voor het uitbetalen van een vergoeding. Er was dan ook geen sprake van een kennelijk onredelijk ontslag.

Uit dit arrest blijkt maar weer hoe moeilijk het in deze tijden is voor een werknemer om een kennelijk onredelijk ontslag in rechte te kunnen bereiken.

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch 29 mei 2012, LJN BW7203, HD 200.082.067        

Sinds 1 juni 2011 is er een puntenstelsel ingevoerd in de Wegenverkeerswet. Van belang is dat het rijbewijs van rechtswege zijn geldigheid verliest onder bepaalde omstandigheden. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij een onherroepelijke rechterlijke uitspraak bij een alcoholmisdrijf in het verkeer waarbij het alcoholgehalte hoger is dan 570 microgram of 1,3 %. Ook gebeurt dat bij een weigering om medewerking te verlenen. Ook kan dit gelden bij een transactie of strafbeschikking. Als het rijbewijs ongeldig is geworden moet een nieuw rijexamen worden gedaan en moet ook voldaan zijn aan medische geschiktheidseisen om weer in het bezit te komen van een nieuw rijbewijs.

Verder is op 1 december 2011 het Alcoholslotprogramma (ASP) in werking getreden. Dit programma verloopt via het CBR. Ook bij first offenders met een alcoholgehalte van 1,3 % is dit programma aan de orde. Er moet dan verplicht een alcoholslot voor 2 jaar in een auto worden ingebouwd. In de praktijk blijken de kosten van het gehele programma rond de EUR 4.500 te liggen. Dit moet door de betrokkene zelf worden betaald. Als er geen medewerking volgt aan het programma, dan zijn de gevolgen groot. Het rijbewijs wordt dan voor 5 jaren ongeldig verklaard en er volgt een aantekening in het rijbewijs.

In de praktijk leveren deze nieuwe bepalingen grote problemen op. De Ombudsman ontvangt van betrokkenen veel klachten over onrechtvaardige situaties. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat iemand die heeft gereden met alcohol op een brommer vervolgens verplicht wordt een alcoholslot te laten inbouwen in een andere auto. Dit terwijl hij geen auto heeft. Kortom, de verwachting is dat hierover nog veel rechtspraak zal volgen.  
Een cliente van kantoor werd door de rechtbank Roermond veroordeeld voor vernieling van een telefoon. Namens haar werd hoger beroep ingesteld en werd een rechterlijk pardon bepleit. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch volgde het standpunt van de verdediging en sprak een rechterlijk pardon uit. Vervolgens vond de Officier van Justitie dat het reeds afgenomen DNA van cliente moest worden opgenomen in de DNA databank. Namens cliente werd hierover een beklag ingediend bij de rechtbank. De rechtbank volgde het standpunt van de verdediging dat de Wet DNA Veroordeelden niet van toepassing is bij een rechterlijk pardon. Het afgenomen DNA moest dan ook worden vernietigd. Een mooi resultaat.


Zie Rechtbank Roermond 25 januari 2012, LJN BV2260.  
contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846