home

Een werkneemster stelt de werkgever aansprakelijk voor burn-out klachten. Ze geeft aan dat er sprake is geweest van een te hoge werkdruk en dat ze gevraagd heeft om meer afwisseling in haar werk. Ook geeft ze aan dat ze te snel op arbeidstherapeutische basis is gaan werken met als gevolg dat ze langdurig volledig arbeidsongeschikt is geworden. Ze doet een beroep op de omkeringsregel. Zowel de kantonrechter als het Hof wijzen de verzoeken van de werkneemster af. Haar stellingen zijn niet in rechte komen vast te staan en er is onvoldoende gesteld en onderbouwd. Kortom, aansprakelijk voor een burn out moet goed onderbouwd worden wil dat kans van slagen maken.

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2018:4662

In deze zaak was het volgende aan de orde. Een werknemer valt van een ladder en heeft daar volgens de rechter niet de minimale voorzichtigheid in acht genomen die in de gegeven situatie was vereist. De werkgever heeft voldoende voldaan aan de op haar rustende zorgplicht. De aansprakelijkheid van de werkgever ex artikel 7:658 BW werd afgewezen.

Bron: Rechtbank Rotterdam, 18-10-2018, 6663245 CV ECPL 18-886

In deze zaak oordeelt de rechter over een ontbinding wegens wanprestatie. De werkneemster meldt zich stelselmatig ziek. De bedrijfsarts meent dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid door ziekte. De kantonrechter weegt mee dat de werkneemster een wsw-indicatie heeft, maar ook daar zijn grenzen aan hetgeen van een werkgever kan worden verwacht. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een transitievergoeding.

Bron: Rechtbank Limburg 24-10-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:10149

Een opzegging van de arbeidsovereenkomst een dag voor het einde van de proeftijd, nadat de werknemer een arbeidsongeval is overkomen en arbeidsongeschikt is geraakt, is geen verboden opzegging wegens chronische ziekte dan wel handicap of in strijd met het goed werkgeverschap. Naar het oordeel van de rechter is de werkgever er in geslaagd te bewijzen dat van een verboden onderscheid geen sprake is: vaststaat dat de werkgever na herstel van de werknemer bereid is hem weer in dienst te nemen voor zover er dan vacatures zijn. Dat aanbod is concreet en toereikend. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is geweest van een schending van het discriminatieverbod.

Bron: Rechtbank Limburg 27-09-2018, ECLI: NL:RBLIM:2018:9190

In deze zaak kwam onder meer bij een ontslag op staande voet de eis van onverwijldheid aan de orde. Op 15 januari 2018 kreeg de werkgever een melding van diefstal door een werknemer. De werkgever stelde de werknemer op 1 februari 2018 op non-actief.  Vervolgens schakelt de werkgever bedrijfsrecherche in. Op 17 mei 2018 geeft de werkgever een ontslag op staande voet wegens de diefstal. De rechter oordeelde dat dit nog tijdig en onverwijld was. De vorderingen van de werknemer werden afgewezen.

Bron: rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2018:7800

contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846