home

In deze zaak staat een ontbindingsverzoek van de werkgever centraal, nadat er diverse incidenten met de werknemer hebben plaatsgevonden. Die incidenten zijn: wederom zonder toestemming niet op het werk verschijnen, een klacht van een collega-monteur over het gedrag van werknemer, voortdurende discussies over arbeidstijden en vergoeding van reisuren en een "automotorincident". De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen, waardoor er geen transitievergoeding verschuldigd is. Op grond van het zogenaamde "luizengaatjes-criterium" kent hij de werknemer een halve transitievergoeding toe.

Bron: Rechtbank Midden Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2018:5965

De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat een ziekmelding van de werknemer na indiening van een ontslagverzoek UWV die vervolgens wordt geweigerd, waarna de werkgever in "hoger beroep"gaat bij de kantonrechter, niet leidt tot toepassing van het opzegverbod. Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een ex tunc toetsing. De kantonrechter doet expliciet afstand van een andersluidende opvatting van het Hof Den Bosch.

Bron: Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2018:5388

De werknemer is op staande voet ontslagen omdat hij een collega op de mond heeft gekust. Het ontslag is gerechtvaardigd. Gelet op de werkervaring van de werknemer had van hem verwacht mogen worden dat hij wist wat wel niet acceptabel gedrag is op de werkvloer. De werknemer had zich als begeleider bewust moeten zijn van de ongelijke verhouding.

Bron: Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2018:5652

De werknemer is deze zaak is een andere functie gaan verrichten. Dit betekent nog niet dat de werknemer welbewust heeft ingesteld met de andere functie en het daarbij behorende lagere loon.

Bron: Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2018:2168

In deze zaak staat de vraag centraal of de Hongaarse werknemers in dienst van Silo-Tank terecht aanspraak maken op Nederlandse arbeidsvoorwaarden op grond van de Rome-I verordening. Het hof had geoordeeld van niet en gaf aan dat Hongaars recht van toepassing was. De Hoge Raad geeft aan dat de klachten van de werknemers terecht zijn gesteld en dat het hof ten onrechte een aantal omstandigheden niet heeft meegewogen. De zaak is verwezen naar het hof Arhem-Leeuwarden.

Bron: Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2018:2165

contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846