home
De werkgever was een vof. De vennoten waren vanaf 1 mei 2012 vennoot van de vof. De vof werd ontbonden op 1 oktober 2014. De werknemer was bij schriftelijke oproepovereenkomst per 20 augustus 2012 bij de vof in dienst getreden. Voorts is er een schriftelijke arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2013 waarin sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor een salaris van EUR 2464 bruto per maand. De werknemer wordt ziek met rugklachten en valt uit per 22 september 2014. De vof heeft geen loon- of ziekengeld meer betaald aan de werknemer vanaf oktober 2014. De werknemer start een loonvorderingsprocedure tegen de vennoten en vraagt om hen hoofdelijk te veroordelen het achterstallig loon en vakantiegeld te betalen. De vennoten voeren aan dat de arbeidsovereenkomst alleen fictief is gesloten, om er zo voor te zorgen dat de vrouw van de werknemer naar Nederland kon komen. De kantonrechter wijst het verweer van de vennoten af en wijst de vordering van de werknemer toe. De kantonrechter heeft overwogen dat de vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de verbintenissen van de vennootschap. Soortgelijk oordeelt het Hof Amsterdam in deze zaak. Ook in hoger beroep wordt het verweer van de vennoten verworpen.

Bron: Hof Amsterdam 9 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:42
contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846