home
De Hoge Raad oordeelt over de vraag of tussen een werker en een kappersbedrijf een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Op grond van de toepasselijke cao is de rechtsverhouding tussen de leerling en het leerlingbedrijf een arbeidsovereenkomst. Het kappersbedrijf stelt zich op het standpunt dat de vereiste wilsovereenstemming tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst ontbreekt. De Hoge Raad oordeelt dat de verplichting in de cao wilsovereenstemming niet uitsluit. Daarom vloeit uit de cao geen arbeidsovereenkomst voort.

Bron: Hoge Raad 8 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3102
contact1-2
T 0475 562 903 • E info@advocaathouben.nl • Wijngaard 8, 6017 AG Thorn • F 0475 475 846